De hele wereld is een schaakbord, en alle naties zijn slechts stukken en pionnen

Mensen als de overleden Zbigniew Brzeziński[1], Madeleine Albright[2] of Henry Kissinger[3] zagen de wereld als een schaakbord. Strikt genomen kwam de vergelijking van de aardbol met een schaakbord van Zbigniew Brzeziński, maar alle hierboven genoemde politici gedroegen zich in politieke zaken volledig naar dat beginsel. Zij allen – en hun politieke navolgers – zien de naties van de wereld als pionnen (kleine landen) of stukken (grote landen); zij allen genieten van het diplomatieke spel alsof zij schakers zijn. Het lot van naties lijkt hen in het geheel niet te deren; evenmin het lot van afzonderlijke mensen. Veelmeer lijken zij hun leven ten volle te genieten: zij bespreken politieke zaken bij de lunch of het diner, reizen in luxueuze vliegtuigen de wereld rond, schudden staatshoofden de hand, sluiten verdragen en akkoorden, poseren voor foto’s, geven interviews aan televisiezenders en zien hun beeltenis in kranten, op websites en op televisie. Zij beleven de tijd van hun leven.

De vergelijking die wij willen trekken mag overdreven lijken – en toch: diplomaten vertonen politiek een sterke gelijkenis met historische figuren als Frederik II van Pruisen (die de bijnaam de Grote kreeg), Alexander van Macedonië, Napoleon Bonaparte of – inderdaad – Adolf Hitler. Zij gedroegen zich allen als grote jongens die met tinnen of plastic soldaatjes spelen, met dit verschil evenwel dat zij niet met tinnen of plastic soldaatjes, maar met levende mensen wilden spelen. Het lot van soldaten en hun gezinnen, het lot van naties, kunstwerken of bouwwerken liet hen volkomen koud. Het belangrijkste was hun carrière. Zij zouden ver zijn gegaan om als grote veroveraars, belangrijke leiders, bezonnen politici en zo voort de geschiedenis in te gaan. Politiek bedrijven was voor hen – en is voor hun huidige navolgers – als leven op een voortdurende roes. Politiek bedrijven is voor hen zin en doel van het leven, dat wat hen drijft, iets waaraan zij in letterlijke zin verslaafd zijn.

Op het wereldtoneel zijn er verschillende spelers. Om een partij te hebben, heb je een tegenstander nodig. Wil je nu in de ogen van je eigen natie en soms ook in de ogen van de rest van de mensheid goed voor de dag komen, dan heb je een goede reden nodig waarom je in de collectieve leider van een bepaalde natie een tegenstander wilt zien. Die reden kan zijn dat de tegenstander kwaadaardig is, dat hij het eigen volk onderdrukt, dat hij individuele mensen hun grondrechten ontneemt, of dat hij een bedreiging vormt voor het eigen land of voor andere landen. Met behulp van propaganda die via moderne communicatiemiddelen wordt verspreid, laat zich betrekkelijk eenvoudig een vijandige houding van de eigen natie tegenover de tegenstander vormen. Dat lukt relatief makkelijk, omdat mensen zich over het algemeen niet de moeite getroosten om de actuele wereldzaken zelf te onderzoeken; zij getroosten zich niet de moeite om in de geschiedenis terug te kijken voor een breder perspectief en de oorzaken van gebeurtenissen te zien; zij getroosten zich zelfs niet de moeite om op de kaart te kijken en de ligging van een land ten opzichte van andere landen te zien; en zij getroosten zich evenmin de moeite om zich vertrouwd te maken met elementaire cijfers: inwonertal, nationaliteiten of etniciteiten, industrieel en technologisch potentieel, godsdienst of godsdiensten, en zo voort. Zulke mensen – de meerderheid in elke natie – laten zich zeer makkelijk wijsmaken wat dan ook over andere landen, over hun leiders, over elke ontwikkeling. U kunt ervan op aan: de overweldigende meerderheid van de burgers zal niet nieuwsgierig genoeg zijn om andere informatiebronnen te zoeken dan die van de grote media, om boeken of artikelen ter hand te nemen die het verloop van de gebeurtenissen in een ander licht stellen.

De zeer weinige individuen die zich een juist beeld van de wereld en van de zich ontvouwende gebeurtenissen willen vormen, die naar boeken en bronnen zoeken, die over feiten, cijfers en data nadenken – zulke individuen zijn te weinig om invloed te hebben op de rest van de samenleving waarin zij leven. Sommige regeringen plachten zulke geïsoleerde individuen uit te roeien; verstandiger regeringen jagen hen niet na en proberen hen ook niet te onderdrukken. Waarom de moeite? Ten eerste zijn, zoals gezegd, zulke zelfstandig denkende mensen te weinig om effect te hebben; ten tweede is het altijd goed zo’n machteloze interne oppositie te hebben, omdat die toont dat de regering andere politieke meningen kan dulden, dat de regering humaan is, enzovoort.

Het is algemeen bekend dat de grote politieke spelers in de Europese Unie en vooral in de Verenigde Staten China openlijk tot vijand nummer één van het Westen hebben verklaard. Gezien het feit dat China nominaal nog altijd een communistisch land is, hebben wij een herhaling van de Koude Oorlog die werd gevoerd tussen het kapitalistische Westen en de socialistische Sovjet-Unie plus haar socialistische satellietstaten. Ja, de ironische gril van de geschiedenis is dat China zijn communistische bovenbouw handhaaft en tegelijk een kapitalistische basis toelaat – wat niet helemaal strookt met wat Karl Marx over politieke stelsels zei, maar laat dat rusten. Zuivere politieke stelsels staan in handboeken, nooit in de werkelijkheid. Hoe het ook zij: hoewel China voor alle praktische doeleinden een kapitalistisch land is, wordt het door Washington niet slechts als rivaal van Amerika voorgesteld, maar als vijand van Amerika, als een bedreiging waarmee rekening moet worden gehouden, als een bedreiging die Amerika’s aandacht vereist, als een bedreiging die moet worden weggenomen.

China aanvallen zou er voor de rest van de wereld niet mooi uitzien. Een agressor geldt altijd als de kwade partij. Een agressor heeft daarom een voorwendsel nodig. Een agressor moet de werkelijkheid in de ogen van de wereld omdraaien en zichzelf als slachtoffer van agressie voorstellen. Lukt hem dat, dan kan hij een alomvattende oorlog tegen het doelland beginnen – zogezegd met de zegen van de wereld, of althans met haar begrip. Toen Adolf Hitler Polen wilde aanvallen, liet hij door zijn geheime diensten een reeks grensschermutselingen ensceneren die alle Polen in de schoenen werden geschoven. Het grootste van die voorvallen was de geënsceneerde aanval van zogenaamde Poolse opstandelingen op het radiostation in Gleiwitz, op Duits grondgebied, slechts enkele kilometers achter de Duits-Poolse grens. De valse opstandelingen – in werkelijkheid Duitse soldaten in Poolse uniformen – zouden het station hebben overvallen en de Poolse minderheid rond Gleiwitz hebben opgeroepen de wapens op te nemen en de Duitsers te bevechten en te doden. Die actie moest als ultiem bewijs dienen hoe kwaadaardig de Poolse natie was, en als ultieme rechtvaardiging voor de aanval op Polen.

De diplomatie heeft zich sindsdien verder ontwikkeld. In plaats van nagebootste aanvallen die zogenaamd door het doelland worden uitgevoerd – dus door het land dat de wereld als agressor moet beschouwen –, is het veel beter het doelland tot vergeldingsmaatregelen te manoeuvreren. Hoe doe je dat? In het algemeen is dat geen moeilijke opgave. Denk aan de betrekkingen tussen individuele mensen. Wij weten allemaal dat het zeer makkelijk is iemand tot de eerste klap te provoceren zonder de ander zelf ook maar aan te raken. Je hoeft alleen maar voortdurende druk op de ander uit te oefenen. De druk komt in de vorm van laster, verbale aanvallen, pesten, kwade trouw, leugenachtigheid, onoprechtheid en zo voort, tot de doelpersoon de beheersing verliest, de stem verheft, scheldwoorden gebruikt en ten slotte, als de druk aanhoudt, de eerste klap uitdeelt. Dat is alles.

De betrekkingen tussen landen, staten of naties zijn ongeveer hetzelfde. Wanneer land A land B moet aanvallen en zich aan de hele wereld als slachtoffer van land B moet voordoen, dan moet land A alles in het werk stellen om land B tot de eerste klap te provoceren. Precies dat heeft het Westen en vooral de Verenigde Staten gedaan in de omgang met de Russische Federatie. Het Westen begon de NAVO uit te breiden en nam niet alleen de voormalige satellietstaten van de Sovjet-Unie op, maar ook drie Sovjetrepublieken die zich van de uiteenvallende Sovjet-Unie onafhankelijk hadden gemaakt. Een tijdlang bleef Moskou hulpeloos, omdat Rusland door een economische en sociale crisis werd geteisterd. Maar toen het Westen probeerde Oekraïne en Georgië tot de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie uit te nodigen, was dat de druppel die de emmer deed overlopen en het inmiddels versterkte Rusland ertoe provoceerde de eerste klap te slaan door militair in Oekraïne in te grijpen. Het plan van het Westen slaagde: de hele wereld kon zien dat het Westen vreedzaam was, terwijl Rusland agressief leek en de expansionistische politiek van zijn voorganger – de Sovjet-Unie – voort te zetten.

Tegen deze achtergrond: wat zouden de Verenigde Staten moeten doen om China tot de eerste klap te provoceren? Welnu, Washington zou een Aziatische NAVO moeten scheppen en sommige of alle landen rond China daarbij moeten uitnodigen. Wanneer, denkt u, zal Peking zeggen: nu is het genoeg – en terugslaan? Peking reageert misschien niet als bijvoorbeeld Vietnam, Korea en Japan lid van zo’n bondgenootschap worden; misschien reageert Peking wanneer Kazachstan en Mongolië worden uitgenodigd, omdat dat een omsingeling van China zou betekenen. Wat zou er kunnen gebeuren als zo’n Aziatische NAVO zich verder uitbreidde door achtereenvolgens Bhutan, Nepal, India, Pakistan, Afghanistan, Tadzjikistan, Kirgizië op te nemen en zo de anaconda-greep om het Rijk van het Midden te sluiten? Natuurlijk zou het idee van een Aziatische NAVO worden aangeprezen als maatregel ter consolidering van de vrede in Azië, ter bestrijding van terrorisme, en zo voort. Peking evenwel zou zo’n militair bondgenootschap en de uitbreiding ervan als een bedreiging voor de veiligheid van de Volksrepubliek China beschouwen.

Denk terug aan het geval van de Russische Federatie en de NAVO-uitbreiding. Toen de NAVO afzonderlijke Midden- en Oost-Europese landen opnam, maakten de Russen aanvankelijk geen sterke bezwaren, omdat Rusland een stelselcrisis doormaakte; toen de Russische Federatie sterker werd, begon Moskou beslist te reageren. Peking maakt thans geen met de jaren negentig in Rusland vergelijkbare economische en politieke crisis door, wat betekent dat de Volksrepubliek China veel eerder zou kunnen reageren op de dreiging van militaire omsingeling. En het speelt geen rol of China door communisten of kapitalisten wordt geregeerd, door mensen die deze of gene filosofie aanhangen, door leiders die zich tot deze of gene God bekennen. Elke leider, elke heerser – of het nu een Chinese keizer is of de secretaris-generaal van de Communistische Partij van China – zou het als zijn plicht jegens de natie, jegens de voorgaande en komende geslachten en jegens de geschiedenis beschouwen om stappen tegen de omsingeling van zijn land te zetten. Zo’n maatregel zou zich vertalen in de eerste klap tegen bijvoorbeeld Vietnam of Kirgizië – of tegen welk land ook dat dwaas genoeg zou zijn zich in een antichinees militair bondgenootschap te laten trekken. Wij zouden een herhaling hebben van wat wij thans in de Oekraïne-oorlog zien. Zoals Rusland in de gevechtshandelingen in Oekraïne is verwikkeld, zo zou China in soortgelijke gevechtshandelingen in Vietnam of Kazachstan verwikkeld kunnen zijn – of in …, al naargelang welk land bereid zou zijn de rol van een Aziatisch Oekraïne te spelen. Washington zal geen Amerikaanse jongens sturen om het bloedige werk te doen; veeleer zullen de Verenigde Staten wapens pompen en geld leiden naar het land dat willens of dwaas genoeg zou zijn als stroman tegen China te worden gebruikt.

Zoals Oekraïne zich als stroman tegen Rusland heeft laten gebruiken, zo bestaat er geen twijfel dat elk van de genoemde landen rond China zich als stroman tegen het Rijk van het Midden zou laten gebruiken. Niet de naties beslissen de loop van de geschiedenis, maar de zeer smalle toppen van hun elites – en die zijn omkoopbaar. Die elites zijn vaak aan een westerse universiteit opgeleid, zij hebben zeer vaak rekeningen bij een westerse bank, zij ontvangen onderscheidingen van westerse regeringen, en hun kinderen studeren aan een westerse universiteit. Belangrijker nog: in geval van een verloren oorlog kunnen die elites er altijd op rekenen het land te verlaten en ergens in het Westen onderdak te vinden. Zij kunnen de eigen natie opofferen, omdat hun dat niets kost.

Zoals het het geval is bij Oekraïne en Rusland die in vijandelijkheden zijn verwikkeld, zo zal een Vietnam of een Kazachstan, zodra een van die landen zich als stroman tegen China laat gebruiken, zo’n oorlog niet winnen. Het is ook niet Washingtons bedoeling het Rijk van het Midden met Vietnamese of Kazachse legers te verpletteren. Zoals in het geval van Oekraïne en Rusland bestaat Washingtons doel erin het Rijk van het Midden militair bezig te houden, China in letterlijke zin te laten uitbloeden en zijn internationale positie te verslechteren. Een Peking dat in conflict met een buur is verwikkeld, zal worden verzwakt, zoals Rusland door het conflict in Oekraïne wordt verzwakt. En zoals Oekraïne geen kans heeft een oorlog tegen Rusland te winnen, heeft ook geen van China’s buren zo’n kans tegen China – maar de kosten voor het Rijk van het Midden zullen aanzienlijk zijn. Is dat niet de weg die lieden als Zbigniew Brzeziński,[1] Madeleine Albright[2] en Henry Kissinger[3] zo graag bewandelen? Wat zijn China of Rusland voor hen? Zij zijn koning of dame op een schaakbord. Wat zijn Oekraïne, Polen, Georgië, Vietnam of Kazachstan voor hen? Zij zijn torens, paarden en lopers. Wat zijn Litouwen, Letland, Slowakije, Tadzjikistan, Kirgizië en Mongolië op dit grote schaakbord? Zij zijn slechts pionnen. En als je schaak speelt, weet je van meet af aan dat je een aantal pionnen zult opofferen; je weet van meet af aan dat je gedwongen zou kunnen worden sommige stukken te offeren. Deert je dat? Het doel is de partij te winnen; het doel is schaak te geven – de koning schaakmat te zetten. Heb je de koning schaakmat gezet, dan kun je de politieke kaart van de regio opnieuw tekenen en de mondiale pecking order herschikken. De hele wereld is een schaakbord, en alle naties zijn slechts stukken en pionnen – om de literaire reus te parafraseren [William Shakespeare, As You Like It, bedrijf II, scène 7].


Noten

[1] Zbigniew Brzeziński (Warschau 1928 – Falls Church, Virginia, 2017). Pools-Amerikaanse politicoloog. Nationaal veiligheidsadviseur van president Jimmy Carter (1977–1981). In The Grand Chessboard (1997) beschreef hij Eurazië als het schaakbord waarop de Amerikaanse wereldpositie wordt verdedigd.

[2] Madeleine Albright (Praag 1937 – Washington 2022), geboren Marie Jana Korbelová. Amerikaans diplomaat; minister van Buitenlandse Zaken onder Bill Clinton (1997–2001), de eerste vrouw in die functie. Voorstander van NAVO-uitbreiding en van interventie, onder meer in de Balkan.

[3] Henry Kissinger (Fürth 1923 – Kent, Connecticut, 2023), geboren Heinz Alfred Kissinger. Duits-Amerikaanse diplomaat. Nationaal veiligheidsadviseur en minister van Buitenlandse Zaken onder Nixon en Ford. Architect van de toenadering tot China, van détente met Moskou en van een machtspolitiek waarin staten als stukken op een bord worden behandeld. Nobelprijs voor de Vrede 1973.



Menu
More