Hoe weten wij dat Aleksandr Solzjenitsyn zijn doel trof?

Al van oudsher lopen er profeten door de geschiedenis. Het waren mensen die de toekomst zagen. We kennen ze uit de Bijbel, en ook uit de Griekse en Romeinse mythologie. Iedereen heeft van Nostradamus gehoord, en van andere figuren die de toekomst voorspelden. Zulke mensen lijken vermogens te hebben die een gewoon mens niet heeft. Maar behalve die grote namen uit Bijbel en mythe zijn er ook denkers geweest die ver vooruitzagen op grond van wat ze in hun eigen tijd waarnamen.

Een van hen was Aleksandr Solzjenitsyn.[1] Zijn leven zit zo vol dat het zonder moeite een film zou kunnen zijn. Hij groeide op in Sovjet-Rusland, onder mensen als Stalin, Beria, Vysjinski en Molotov.[2] Toen kwam de Tweede Wereldoorlog, de oorlog tussen het Derde Rijk en de Sovjet-Unie. Solzjenitsyn diende in het Rode Leger. Hij was officier en werd kapitein.

Een klein voorval veranderde alles. Als officier schreef hij met een collega. In één onschuldige zin stond kritiek op het Sovjetleven. Dat was genoeg. De geheime politie las de brieven. Solzjenitsyn werd opgepakt, beschuldigd van antisovjetactiviteit en gevangengezet. Lang bleef hij niet in een gewone cel. Hij was een ontwikkeld man, en het regime was eraan gewend zulke mannen in te zetten voor de staat.

Samen met andere intellectuelen kwam hij in een kamp[3] waar geen bomen werden gekapt en geen steen werd gehakt. De gevangenen moesten wetenschappelijk werk doen.[4] Alsof dat niet volstond, kreeg hij kanker en belandde hij in het ziekenhuis. Hij genas.

Onder Chroesjtsjov[5] verdween de persoonsverheerlijking, kwamen de misdaden van het systeem in de openbaarheid en werden veel politieke gevangenen vrijgelaten. Ook Solzjenitsyn kwam vrij. Toen verscheen zijn novelle „Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj”.

Het boek mocht uitkomen met instemming van Nikita Chroesjtsjov zelf. Solzjenitsyn beschrijft er één gewone kampdag in — in één van de vele kampen die over de Sovjet-Unie verspreid lagen. Wat hij in het ziekenhuis meemaakte, schreef hij later op in „Kankerpaviljoen”.

We hebben te veel hoop gesteld op politiek en maatschappelijke hervormingen, en merkten toen dat ons het kostbaarste werd afgenomen: ons geestelijk leven. In het Oosten vertrapt de partij het, in het Westen de handel.

De politieke dooi duurde niet lang. Solzjenitsyn kwam opnieuw in conflict met het systeem. Hij werd het land uitgezet en belandde in de Verenigde Staten. Zijn grootste werk over de kampen is „De Goelag-archipel”.[3] De roman „In de eerste kring” geldt als zijn literaire hoogtepunt. Een heel ander boek, „Tweehonderd jaar samen”[7] — twee delen over de betrekkingen tussen Russen en Joden door de eeuwen heen — viel in het Westen slecht. Als schrijver pakte hij veel onderwerpen en genres aan. Naast romans en reportages schreef hij poëzie. „Pruisische nachten”, een lang gedicht over de intocht van het Rode Leger in Oost-Pruisen, gaat over overwinnaars en overwonnenen.

Oudere lezers weten nog dat Solzjenitsyn de Nobelprijs voor Literatuur kreeg. Prijzen voor literatuur en vrede zijn altijd omstreden. Je weet nooit of iemand ze krijgt om het werk, of omdat de prijs als politiek middel dient. Bij Solzjenitsyn ligt de verdenking voor de hand dat hij de prijs vooral kreeg als Sovjetdissident, omdat hij de wreedheid van het systeem beschreef. Dat vermoeden wordt sterker als je ziet hoezeer westerse intellectuelen „De Goelag-archipel” en „In de eerste kring” lazen, en hoezeer ze „Tweehonderd jaar samen” links lieten liggen — een boek dat zelfs niet volledig in het Engels bestaat.

Solzjenitsyn ging in Amerika wonen. Voor een gewone Sovjetburger, en voor gewone mensen in de rest van Midden-Europa achter het IJzeren Gordijn,[9] was het Westen iets om van te dromen. Denemarken, Nederland, Frankrijk, de Verenigde Staten: het leek het paradijs, een plek van vrijheid, waar je je kon ontplooien zonder politiestaat. Uit het oosten liepen veel mensen over. Weinigen zeiden hardop dat ze teleurgesteld waren. Als ze dat wel waren, gaven ze het vaak niet eens aan zichzelf toe. Dan zou hun keuze fout zijn geweest, en zouden de achterblijvers ophouden hen te benijden.

Je herkent een groot mens eronder meer aan dat hij zich niet laat voorliegen, dat hij zegt wat hij ziet, en dat hij openhartig blijft als dat iets kost. Solzjenitsyn was zo iemand.

Haast en oppervlakkigheid — dat zijn de geestelijke ziekten van de twintigste eeuw.

Het duurde niet lang of hij was teleurgesteld in Amerika, en in het Westen als geheel. Hij had een scherpe kop: die van een onderzoeker, maar ook van een schrijver. Belangrijker nog: hij wilde zijn integriteit niet opgeven. Waarheid stond voor hem bovenaan. Hij keek om zich heen en zag de zwakke plekken van het stelsel, en hoe het individualisme eronder leed. Uit wat hij in de Verenigde Staten zag, durfde hij de toekomst van het Westen te schetsen. Dat hij Amerika bekritiseerde terwijl hij wist dat de intellectuelen hem dan zouden laten vallen — en dat gebeurde — siert hem. Een integer mens verkoopt zijn overtuiging niet voor een prijs of een schouderklop.

Hij zei dat vaker, maar het bekendst is de „Harvard-rede” van 1978.[6] Hij is het Westen niet gaan haten. Hij gaf advies: hoe je niet in dezelfde fouten blijft steken, en hoe je koers kunt wijzigen. De reactie was voorspelbaar. Westerse intellectuelen ontstaken in woede. Ze verweten hem fundamentalisme, te veel godsdienst, ideologische achteruitgang. Waarom die woede?

Wat hij toen zei, geldt nog. Daarom begon dit stuk met profeten. De „Harvard-rede” van bijna vijftig jaar geleden is niet verouderd. Wat zei hij? Wat joeg de zaal zo tegen hem in het harnas?

Hij noemde een reeks punten. Die komen neer op westers antropocentrisme.[10] Dat begon in de Renaissance, groeide in de Verlichting en kwam tot volle wasdom in het westerse liberalisme én in het communisme in het Oosten. Ja, die twee lijken meer op elkaar dan men denkt. Beide zetten de mens in het midden van de wereld en maken hem tot maatstaf. Dat is merkwaardig, gezien hoe gebrekkig de mens is. Toch beloven beide het paradijs op aarde. Beide zeggen dat we er zijn om gelukkig te zijn. Beide denken dat geluk bestaat uit spullen en prettige ervaringen. Omdat de mens gebrekkig is, werkt geen van beide stelsels echt, en baat geen van beide de mens echt.

Het antropocentrisme heeft de mens tot maat van alle dingen gemaakt — de onvolmaakte mens, die nooit vrij is van trots, eigenbelang, nijd, ijdelheid en tientallen andere gebreken.

Zodra de mens in het centrum staat, volgen de andere fouten. Een daarvan is het teveel aan rechten. Rechten zwellen, plichten slinken. We mogen dit, we hebben recht op dat, we mogen van alles meemaken — en wat we verschuldigd zijn, is gering. De rechten van het individu zijn zo opgerekt dat staat, bestuur en politie er vaak door worden gehinderd. De westerse mens kan wetten schrijven en zich eraan houden. Daar is op zich niets mis mee. Solzjenitsyn zei iets anders: wet en moraal zijn niet hetzelfde. Toch voelt de westerse mens zich al in orde zolang hij de wet niet overtreedt. Wat mag, is meteen moreel. De moraal zelf lijkt verdwenen. Dat is geen goede koers.

Officieel is er in het Westen geen censuur. Iedereen mag alles zeggen. In de praktijk krijgen alleen bepaalde ideeën de voorgrond in de media. De rest wordt weggelaten, genegeerd of belachelijk gemaakt. Solzjenitsyn noemde dat „mode”: sommige berichten circuleren, andere niet. Vandaag zouden we politieke correctheid zeggen. Hij zag die al in de kiem.

Hetzelfde antropocentrisme jaagt ons naar een welvaartsmaatschappij waarin lijden verdwijnt of wordt weggestopt. De biologie leert iets anders: te veel welzijn is slecht voor een organisme. In de Sovjet-Unie en in Midden-Europa achter het Gordijn was er gebrek en angst. Paradox: dat vormde karakter. Westers welzijn heeft zwakte gebracht, en zwakte heeft moed gekost. Zonder moed geen echte staatslieden.

Dat is nu te zien. Het antropocentrisme heerst. Zelfs doorgewinterde misdadigers en onboetvaardige terroristen krijgen milde straffen. De doodstraf is bijna overal afgeschaft, omdat de mens een soort god is geworden — en wie raakt een god aan? Lafheid typeert de politiek. In Europa en Amerika kunnen illegalen vaak doen wat ze willen, schade aanrichten, en iedereen past zich aan. Waarom? Enerzijds omdat iedere mens als een godheid geldt. Anderzijds door een slappe leer: de dader sussen, desnoods een pact met de duivel.

Als de mens, zoals het humanisme zegt, alleen geboren was om gelukkig te zijn, was hij niet geboren om te sterven. Omdat zijn lichaam sterft, moet zijn taak op aarde geestelijker zijn.

Solzjenitsyn deed ook een politieke opmerking die nu uitkomt. De Westelijke geallieerden versloegen het Derde Rijk niet alleen. Ze gebruikten een dief om een dief te vangen — de Sovjet-Unie — en kweekten zo een vijand die gevaarlijker bleek dan Hitlers Duitsland. Decennia later trapte het Westen in dezelfde val, ditmaal met China. Om de Sovjet-Unie te bestrijden leunde Washington op Peking en tilde China op tot een economische, militaire en politieke macht. Kortom: Amerika en het Westen hebben een aartsvijand grootgebracht omdat ze de Sovjet-Unie niet alleen aandurfden. Nu is Washington bang voor China; analisten noemen China de grootste dreiging. Zonder Amerikaanse hulp was dat China er niet geweest. Dat lag al in Solzjenitsyns redenering.

Het hardste oordeel van de rede was dit. Of het Westen, of Amerika, een voorbeeld kon zijn voor Rusland? Nee, zei hij. Er was in het Westen veel goeds. Toch zou de westerse levenswijze Rusland eerder schaden — en, voegen wij toe, andere volken ook. Dat kwam hard aan.

Hij had het over moed, of het gebrek daaraan. Zelf had hij die wel. Hij bekritiseerde het Sovjetsysteem en betaalde ervoor. Hij bekritiseerde het Westen en betaalde opnieuw. In Rusland zat hij vast, in Amerika niet. Toch kostte het moed om de hand te bijten die hem voedde: de mensen die hem de Nobelprijs hadden gegeven. Hij wist dat hij buitengesloten zou worden. Dat gebeurde.

De leuze „Iedereen heeft recht om alles te weten” is de valse leuze van een vals tijdperk. Meer waard is het verloren recht om níét te weten, om je ziel niet vol te laten stoppen met roddel, onzin en leeg gepraat.

Na de val van de Sovjet-Unie en de wedergeboorte van Rusland verliet Solzjenitsyn Amerika en ging naar huis. Ook dat tekent hem. Hij hield van zijn land en was alleen weggegaan omdat hij moest. Zodra terugkeer kon, ging hij. Een heilige was hij niet. In „De Goelag-archipel” liet hij de wreedheid van het systeem zien. Dat schokte het Westen en irriteerde linkse intellectuelen. Ook in de Sovjet-Unie, en later in het nieuwe Rusland, lazen mensen het boek met afschuw. Na een paar jaar kwamen nuchtere vragen: waar haalde hij die aantallen doden en gevangenen vandaan?

De Sovjetarchieven had hij toen niet. De cijfers waren enorm, en waarschijnlijk te hoog — dat gebeurt vaker als je een regime zo hard wilt aanklagen. Dat voedt opnieuw de gedachte dat de Nobelprijs minder om het schrijverschap ging dan om die aanklacht. Al in Sovjettijd deden westerse diensten en regeringen er alles aan om het werk heimelijk te laten lezen of te laten horen, via Radio Svoboda of Voice of America.[8] Misschien had Solzjenitsyn zelf later in de archieven willen corrigeren.

Een leven dat alleen op de wet is gebouwd, kan zich niet verdedigen tegen het kwaad dat erin vreet.

Toch blijft staan: hij had moed en hield zijn rug recht. Hij schreef te goeder trouw en durfde de hand te bekritiseren die hem voedde. In het Westen, onder prijzen en lof, liet hij zich niet in slaap sussen. Wat hij in de „Harvard-rede” zei, komt steeds dichterbij. Het Westen blijft om de mens draaien. Rechten verdringen plichten en zelfs gezond verstand. Moraal wijkt voor legaliteit. Officieel is er geen censuur, en ze werkt beter dan de oude communistische. De geest van de westerse mens is zwak, meegaand, buigzaam — of hij mist elk hoger doel. Hij jaagt op genot en op spullen. Dat belooft weinig voor deze beschaving.

Hoe weten we dat Solzjenitsyn gelijk had over het Westen? Hoe weten we dat hij gelijk had over het Sovjetsysteem? Het antwoord is in beide gevallen eenvoudig. Had hij zijn doel niet getroffen, dan was hij in de Sovjet-Unie niet gevangengezet en het land uitgezet. Had hij zijn doel niet getroffen, dan hadden westerse intellectuelen zich niet van hem afgekeerd. In het leger zegt men: je weet dat je boven het doel bent zodra het afweervuur begint. Solzjenitsyn kreeg vuur van beide kanten omdat hij zijn doel trof — omdat hij er recht overheen vloog.

——————————————————-

Noten

[1] Aleksandr Solzjenitsyn (1918–2008). Russisch schrijver, officier in de Tweede Wereldoorlog, later kampgevangene. Nobelprijs voor Literatuur 1970. Vooral bekend van „De Goelag-archipel”. In 1974 uit de USSR gezet, woonde in de VS, keerde in 1994 naar Rusland terug.

[2] Stalin, Beria, Vysjinski, Molotov. Kopstukken van de Sovjetstaat: de dictator, de chef van de geheime politie, de aanklager van de showprocessen, de minister van Buitenlandse Zaken.

[3] Goelag. Het netwerk van Sovjetwerkkampen, grofweg 1920–1956. Miljoenen gevangenen, dwangarbeid, honger, kou. De naam is de afkorting van de kampadministratie. „De Goelag-archipel” (1973) is Solzjenitsyns verslag daarvan.

[4] Sjarasjka. Kamp voor geschoolde gevangenen die voor de staat moesten rekenen of ontwerpen in plaats van hout te kappen. Achtergrond van „In de eerste kring”.

[5] Chroesjtsjov / de dooi. Nikita Chroesjtsjov volgde Stalin op. Na 1956 nam hij afstand van de persoonsverheerlijking; een deel van de politieke gevangenen kwam vrij. In die korte versoepeling mocht „Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj” (1962) verschijnen.

[6] Harvard-rede, 8 juni 1978. Toespraak aan Harvard, „A World Split Apart”. Solzjenitsyn vleide Amerika niet. Hij hekelde materialisme, een moraal die alleen de wet volgt, en gebrek aan moed. Veel Amerikaanse intellectuelen lieten hem vallen.

[7] „Tweehonderd jaar samen” (2001–2002). Twee delen over Russen en Joden in het tsarenrijk en de USSR. In het Westen nauwelijks vertaald en omstreden. Critici noemen passages antisemitisch; verdedigers zien een onderzoek dat een taboe openbreekt.

[8] Radio Svoboda / Voice of America. Westerse zenders die in de Koude Oorlog Russisch de USSR in zonden. Verboden boeken, ook die van Solzjenitsyn, werden zo beluisterd.

[9] IJzeren Gordijn. De scheiding tussen West-Europa en het Sovjetblok, grofweg 1945–1989.

[10] Antropocentrisme, hier: de leer dat de mens de maat van alles is en dat aards geluk het hoogste doel is. Solzjenitsyn zag daarin de gemeenschappelijke wortel van westers liberalisme en Sovjetcommunisme.



Menu
More