Olieprijs loopt uit de hand

De situatie op de brandstofmarkt is uit de hand gelopen. De crisis op de oliemarkt wordt steeds reëler, en de nog beschikbare oplossingen raken op.

Eerst Hormuz. Nu Bab el-Mandeb. Het verkeer over de twee hoofdroutes waar samen meer dan 30 procent van de wereldoliehandel doorheen gaat, is zwaar verstoord. Alsof dat niet volstond, beschadigden de Jemenitische Houthi-rebellen de Saoedische oost-westpijpleiding, waarmee Saoedi-Arabië de Straat van Hormuz kon omzeilen.

De wereldwijde olievoorraden zijn gedaald tot een niveau waarop pijpleidingen en raffinaderijen moeite hebben normaal te draaien. De oliestroom is instabiel. De pompen moeten harder werken. Kortom: het risico op uitval stijgt, en elke stilstand is olie op het vuur, want de brandstofmarkt staat al onder hoge spanning. Volgens JPMorgan belopen de wereldvoorraden nu 7,6 miljard vaten. Op dat peil ontstaan al de eerste problemen bij het onderhoud van de infrastructuur voor transport en verwerking. De voorraden slinken gevaarlijk snel; zakken ze tot 6,8 miljard vaten, dan wordt de bedrijfsvoering van pijpleidingen en raffinaderijen ernstig belemmerd. De raffinaderijen in de VS — de grootste olieproducent ter wereld — draaien al bijna op volle capaciteit. Ze benutten tot 98 procent van hun vermogen. In de praktijk is de buffer verdwenen waarmee storingen, noodzakelijke reparaties of andere onverwachte problemen konden worden opgevangen.

Er resteren oplossingen die vandaag om uiteenlopende redenen onwaarschijnlijk lijken. In theorie zou China grotere hoeveelheden olie op de wereldmarkt kunnen zetten, maar Peking beschouwt zijn voorraden als strategisch en wil niet exporteren. Dat scenario is dus weinig waarschijnlijk. Een andere mogelijkheid is het versoepelen van de sancties tegen Rusland — nog onwaarschijnlijker. De crisis wordt verscherpt door recordprijzen voor olievervoer. De huur van een grote tanker ligt nu boven de miljoen dollar per dag; de logistieke kosten zijn daarmee een van de hoofdoorzaken van de hogere brandstofprijs. Dat komt door de verzekeringspremies, die een recordhoogte hebben bereikt.

Bovendien liggen, zoals wij onlangs schreven, de strategische oliereserves van de VS op het laagste peil in veertig jaar. In de Verenigde Staten wordt daarom steeds serieuzer nagedacht over het beperken van de grondstoffenexport.

Door drie factoren — de dalende vrije productiecapaciteit van de OPEC[1]-landen, de slinkende strategische oliereserves van de VS en de afnemende verwerkingscapaciteit van de raffinaderijen — is de wereld in een nieuwe fase van de energiecrisis beland, waarin eenvoudige en snel beschikbare oplossingen ontbreken.


Noot

[1] OPEC (Organization of the Petroleum Exporting Countries, Organisatie van olie-exporterende landen). Kartel van olieproducerende staten, opgericht in 1960 in Bagdad. Kernleden zijn onder meer Saoedi-Arabië, Irak, Iran, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten; later sloten onder andere Nigeria, Algerije en Venezuela zich aan. De organisatie probeert via productiebeperkingen of -verhogingen de olieprijs te sturen. Spare capacity of vrije productiecapaciteit is de extra hoeveelheid die leden op korte termijn extra kunnen pompen. Als die buffer klein is, kan de club een uitval (Hormuz, pijpleiding, sancties) niet meer opvangen. OPEC+ is dezelfde groep plus bondgenoten, vooral Rusland.



Menu
More